Voor veel honden is opspringen de normaalste zaak van de wereld om contact te maken. Het ziet er vaak ook vrolijk uit: je hond wil dichtbij zijn, even ruiken, spelen of gewoon enthousiast ‘hallo’ zeggen.
Toch is het in het dagelijks leven niet altijd handig: modderpoten op je schone kleding, kinderen die omver worden gelopen of bezoek dat zich een hoedje schrikt. Het goede nieuws? Met rustige, consequente training leer je je hond dat vier poten op de grond hem veel meer aandacht en succes opleveren dan springen.
Wat vertelt opspringen over je hond?
Meestal is opspringen heel normaal sociaal gedrag. Honden zoeken nu eenmaal graag aandacht en nabijheid. Bovendien hebben ze vaak geleerd dat opspringen werkt: iemand praat, lacht, duwt zachtjes terug of maakt oogcontact. Voor een hond is dat allemaal winst — het is immers aandacht.
Soms spelen opwinding en pure onhandigheid een rol. Jonge honden hebben nog weinig zelfbeheersing. Sommige honden zijn bij een begroeting zó enthousiast dat ze zich even geen raad weten met hun lijf. Dat heeft niets te maken met ‘dominantie’ of ‘brutaal zijn’, maar is simpelweg een gebrek aan aangeleerde vaardigheden.
Let wel even op: zie je naast het springen duidelijke stresssignalen (zoals wegkijken, liplikken, hijgen zonder inspanning, bevriezen of grommen)? Of komt je hond ook op andere momenten moeilijk tot rust? Dan speelt er mogelijk meer. In dat geval is het slim om rust- en ontspanningsoefeningen in te zetten en eventueel een gediplomeerde gedragstherapeut mee te laten kijken.
Waarom stopt opspringen niet vanzelf?
Gedrag dat ooit succes had, blijft vaak hangen. Een hond die als pup mocht opspringen (want: klein en schattig), heeft geleerd: “Als ik de lucht in ga, krijg ik contact.” Nu hij groter is, zit die gewoonte er nog steeds in.
Daarbij generaliseren honden niet automatisch. Dat jij opspringen bij jou niet meer oké vindt, betekent voor je hond niet automatisch dat hij snapt dat dat bij bezoek of op straat óók geldt.
Nog een belangrijk punt: gedrag neemt soms tijdelijk toe als je stopt met belonen. Leverde springen jarenlang aandacht op en nu ineens niks? Dan denkt je hond misschien: “Ik moet het gewoon harder proberen.” Dat kan frustrerend zijn, maar hoort vaak bij het leerproces. Blijf je rustig en consequent, dan dooft dit gedrag vanzelf uit.
Welke aanpak werkt het meest betrouwbaar?
De basis is simpel: opspringen levert niets op, en vier poten op de grond leveren wél iets op. Dat ‘iets’ kan van alles zijn: aandacht, een rustig woord, een aai of wat lekkers.
Wat het beste werkt, verschilt per hond. Een sociale allemansvriend doet vaak alles voor jouw stem en een kriebel. Een hond die snel overprikkeld raakt, leert soms beter met rustige voerbeloningen die hem letterlijk helpen zijn neus naar de grond te brengen.
Vergeet ook management niet: voorkom dat je hond het gedrag kan oefenen op momenten dat jij even geen controle hebt. Elke succesvolle sprong is namelijk weer een herhaling van de oude gewoonte.
Stap 1: maak opspringen ‘saai’ zonder boos te worden
Springt je hond op? Draai je lichaam dan rustig weg. Zeg niets, maak geen oogcontact en gebruik geen handen om te duwen. Duwen voelt voor veel honden namelijk als een spelletje of toch als aandacht, waardoor je het gedrag onbedoeld versterkt.
Wacht stil tot alle vier de poten weer op de grond staan. Markeer dat moment direct met vriendelijke aandacht: draai terug, zeg rustig iets als “hoi” of “braaf” en geef een beloning. Timing is alles: je hond leert zo precies welk gedrag hem wat oplevert.
Zie het als een vast ritueel: opspringen = omdraaien, vier poten op de grond = aandacht. Het voelt misschien herhalend, maar juist die voorspelbaarheid schept duidelijkheid voor je hond.
Wat als je hond blijft ‘hangen’ tegen je aan?
Sommige honden zetten hun voorpoten op je been en blijven daar rustig staan. Blijf ook dan zo neutraal mogelijk. Je kunt een klein stapje opzij doen zodat hij zijn balans verliest (zonder hem omver te duwen), of je draait verder weg. Beloon pas als hij echt weer met vier poten op de aarde staat.
Werkt aandacht als beloning te opwindend?
Schiet je hond na een aai meteen weer als een raket omhoog? Kies dan tijdelijk voor voerbeloningen richting de grond. Zodra hij met vier poten staat, laat je rustig een voertje tussen je voeten vallen. Zo help je hem letterlijk naar beneden te kijken en laag te blijven.
Stap 2: leer je hond wat je wél wilt zien
Alleen ‘niet opspringen’ is voor een hond best een vaag concept. Het helpt enorm als je hem een alternatief leert dat duidelijk is én makkelijk te belonen. Goede opties zijn:
- Stilstaan met vier poten op de grond (de basis voor elke begroeting)
- Zitten (voor sommige honden rustgevend, voor anderen juist te moeilijk bij hoge opwinding)
- Naar een vaste plek gaan, zoals een kleed of mand bij de deur
Kies één alternatief dat bij jouw hond past. Bij veel enthousiaste honden is “vier poten op de grond” het meest haalbaar, omdat zitten soms te veel spanning geeft (ze ploffen neer en schieten er weer uit). Een vaste plek werkt juist goed in drukke huishoudens of bij binnenkomend bezoek.
Oefen het gewenste gedrag eerst zonder bezoek
Begin in een rustige situatie. Loop bijvoorbeeld een paar keer naar de voordeur, doe alsof je binnenkomt en beloon je hond als hij met vier poten op de grond blijft of naar zijn plek gaat. Maak er een spel van dat je hond kan winnen.
Bouw het stap voor stap op: jas aan, tas in de hand, deur openen, even buiten staan en weer binnenkomen. Korte sessies werken het best: liever vijf keer dertig seconden dan in één keer tien minuten doorgaan.
Stap 3: zorg dat iedereen dezelfde regels volgt
Honden hebben verschillen razendsnel door. Negeer jij het springen, maar lacht een huisgenoot en aait hij de hond toch “omdat hij zo blij is”? Dan blijft opspringen een gok die de moeite waard is. En gedrag dat soms beloond wordt, is vaak extra hardnekkig om af te leren.
Spreek daarom een simpele huisregel af: alle aandacht begint pas wanneer vier poten op de grond staan. Leg dit ook vriendelijk uit aan bezoek. De meeste mensen werken graag mee als ze weten wat de bedoeling is.
Bezoek begeleiden zonder stress
Maak het jezelf niet te moeilijk. Doe je hond eventueel vooraf aan de lijn, zodat je hem rustig kunt begeleiden zonder aan zijn halsband te sjorren. Vraag bezoek om binnen te komen, even stil te staan en je hond pas aan te kijken of te aaien wanneer hij rustig is.
Vindt hij dat nog te lastig? Laat je hond dan eerst op afstand wat voertjes zoeken op de grond. Zo begint het contactmoment een stuk minder explosief.
Stap 4: voorkom oefenmomenten op straat en in het park
Buiten zijn de prikkels groter en mensen vaak onvoorspelbaarder. Voor je het weet springt je hond in een fractie van een seconde tegen iemand op die hij leuk vindt. Dat is niet alleen onhandig, maar ook een gemiste trainingskans als die persoon vervolgens enthousiast reageert.
Hier is management je beste vriend. Denk aan:
- Een lijnlengte kiezen waarmee je je hond op tijd kunt begeleiden
- Voldoende afstand nemen als je al ziet dat je hond te opgewonden raakt
- Je hond vóór de ontmoeting een taak geven, zoals naast je lopen of naar voertjes zoeken
Werk je graag met een langere lijn voor meer vrijheid? Prima, zolang het veilig is en je de lijn goed kunt hanteren. Het doel is niet om de lijn strak te houden, maar om te voorkomen dat je hond succes heeft met springen, terwijl je goed gedrag wél kunt belonen.
Stap 5: wat als je hond gefrustreerd raakt?
Sommige honden reageren gefrustreerd op het negeren: ze gaan harder springen, blaffen, happen naar kleding of draaien rondjes. Zie dat niet als falen; meestal is de opwinding gewoon te hoog of de oefening op dat moment te moeilijk.
Blijf springen niet belonen, maar maak de situatie makkelijker. Een paar rustige opties:
- Afleiding naar beneden: strooi een paar voertjes op de grond zodat je hond kan snuffelen
- Afstand vergroten: stap achter een hekje, deur of babyhekje zodat je hond even niet bij je kan
- Een korte time-out: niet als straf, maar als pauze om te ontprikkelen (bijvoorbeeld 30–60 seconden)
Snuffelen werkt bij veel honden kalmerend. Het is natuurlijk gedrag dat de aandacht verlegt naar de omgeving in plaats van naar jouw handen. Houd ook je eigen bewegingen klein en rustig: drukke handgebaren en hoge stemmetjes gooien vaak alleen maar olie op het vuur.
Hoe ga je om met kinderen, kwetsbare bezoekers en veiligheid?
Bij grote of sterke honden kan opspringen echt gevaarlijk zijn. Ook kleine honden kunnen pijn doen met hun nagels of een onverwachte sprong. Komen er kinderen, ouderen of mensen die bang zijn voor honden over de vloer? Dan is management extra belangrijk.
Praktische maatregelen geven vaak veel rust:
- Laat je hond aan de lijn bij binnenkomst van bezoek
- Gebruik een hekje of aparte ruimte om de eerste minuten rustig te laten verlopen
- Laat kinderen ‘een boom zijn’: stil staan, armen langs het lichaam, wegkijken als de hond te druk is
Oefen begroetingen met kinderen alleen onder toezicht en pas als je hond al vooruitgang laat zien met volwassenen. Voor een hond is een rennend of gillend kind een enorme prikkel. Het is eerlijker (en veiliger) om dat stap voor stap op te bouwen.
Veelgemaakte misverstanden die het probleem groter maken
Er wordt van alles geroepen over opspringen. Helaas werken sommige adviezen in de praktijk averechts of zorgen ze voor onnodige spanning:
- “Duw je hond weg”: dat is alsnog aandacht en kan als spel voelen
- “Geef een knie”: kan pijn of angst veroorzaken en beschadigt het vertrouwen
- “Word boos of schreeuw”: verhoogt de opwinding of stress en leert je hond niet wat wél de bedoeling is
Rustige grenzen zijn niet ‘soft’. Ze zijn duidelijk, voorspelbaar en veilig. En dat is precies wat veel honden nodig hebben om beter gedrag te laten zien.
Verschillen tussen honden: leeftijd, ras en karakter
Een puberhond mag er dan volwassen uitzien, mentaal is hij vaak nog ontzettend impulsief. Bij zulke honden loont het om extra te investeren in basisvaardigheden zoals wachten, rustig meelopen en ontspanning na prikkels. Kleine stappen en veel herhaling geven meestal het snelste resultaat.
Bij hele energieke of werkgerichte honden zie je soms dat opspringen onderdeel wordt van een bredere “altijd-aan”-modus. Dan is het verstandig om ook dagelijks voldoende rustige activiteiten aan te bieden, zoals snuffelwandelingen en zoekspelletjes in huis. Niet om je hond “moe te maken”, maar om hem te leren schakelen tussen actie en rust.
Zie je bij een oudere hond plotseling meer onrust of opdringerigheid? Kijk dan breder: hoort of ziet hij nog wel goed? Heeft hij pijn of voelt hij zich onzeker? Een verandering in gedrag verdient altijd rustige aandacht.
Kan opspringen een teken zijn van pijn of een gezondheidsprobleem?
Meestal is opspringen vooral aangeleerd begroetingsgedrag. Toch zijn er situaties waarin het verstandig is om even te overleggen met je dierenarts, zeker als het gedrag nieuw is of sterk verandert. Bijvoorbeeld als je hond ineens veel aan je kleeft, onrustig is, slecht slaapt, minder eet of andere klachten heeft.
Ook als je hond pijnlijk reageert wanneer hij springt (janken, manken, niet meer willen springen maar wel erg opdringerig zijn), is het goed om lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Pijn en ongemak kunnen de prikkelbaarheid vergroten, en dat maakt trainen een stuk lastiger.
Wil je meer lezen over hoe belonen en straffen het gedrag en welzijn van honden beïnvloeden? De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) geeft hierover heldere uitleg. Dat helpt je keuzes te maken die effectief én diervriendelijk zijn.
Hoe lang duurt het voordat opspringen afneemt?
Dat verschilt per hond en per situatie. Een jonge hond die net begonnen is met opspringen, leert vaak snel. Een volwassen hond die al jaren succes heeft met springen, heeft logischerwijs meer herhaling nodig.
Ook maakt het uit hoeveel mensen meedoen en hoe vaak je in ‘moeilijke’ situaties komt, zoals een druk huishouden of veel ontmoetingen buiten. Reken liever in weken dan in dagen.
Je ziet meestal eerst kleine successen: één seconde langer vier poten op de grond, een paar begroetingen die beter gaan, sneller herstel na opwinding. Dat is de echte vooruitgang. Blijf die momenten belonen; zo groeit het nieuwe patroon vanzelf.
Een rustig oefenplan voor dagelijks gebruik
Wil je het overzichtelijk houden? Dan helpt een eenvoudig plan. Bijvoorbeeld:
- Oefen 1–2 keer per dag een korte ‘nep-begroeting’ bij de deur
- Vraag bij elke echte begroeting: vier poten op de grond voordat je aandacht geeft
- Neem buiten afstand als je merkt dat je hond al “hoog” zit in zijn opwinding
- Beloon rustig gedrag extra vaak in huis, juist op momenten dat er niets gebeurt
Vooral dat laatste wordt vaak vergeten. Een hond die leert dat kalmte óók iets oplevert, hoeft minder hard te werken om aandacht te krijgen.
Wanneer is hulp van een trainer of gedragstherapeut verstandig?
Soms kom je er thuis niet goed uit, zelfs als je consequent oefent. Dat kan gebeuren als je hond heel snel overprikkeld is, als er bijtgedrag of agressie meespeelt, of als er meerdere gedragsproblemen tegelijk zijn (bijvoorbeeld opspringen én uitvallen aan de lijn).
In die gevallen is begeleiding geen ‘laatste redmiddel’, maar vaak juist een fijne snelweg naar succes: iemand kijkt met je mee naar timing, opbouw en de prikkels die jouw hond moeilijk vindt. Kies bij voorkeur iemand die werkt met beloningsgerichte, diervriendelijke methodes en die ook oog heeft voor stress en welzijn.
Opspringen afleren vraagt geen harde aanpak, maar wel duidelijke afspraken en herhaling. Door opspringen niet te laten werken en rustig gedrag wél te laten lonen, geef je je hond een vaardigheid waar hij zijn hele leven iets aan heeft. Met geduld, kleine stappen en een beetje management worden begroetingen weer ontspannen — voor jou, je hond en iedereen die jullie ontmoet.
