Veel honden zijn er gek op: andere honden. Dat is niet meer dan normaal, want het zijn sociale dieren. Contact met soortgenoten kan leuk, leerzaam en ontspannend zijn.
Maar soms slaat dat enthousiasme door. Je hond piept, blaft, trekt, springt of rent zo wild op een andere hond af dat hij zichzelf (en jou) voorbijloopt. Dat is niet alleen vermoeiend, het zorgt vaak ook voor ongemakkelijke situaties. Voor veel baasjes voelt het op zo’n moment alsof hun hond simpelweg niet wil luisteren.
Gelukkig is dit gedrag meestal prima te begeleiden. Met rust, de juiste training en een plan dat past bij jouw hond, krijg je de controle terug.
Wat betekent dit gedrag voor veilige ontmoetingen?
Overenthousiasme heeft zelden iets te maken met ‘dominantie’ of pure koppigheid. Veel vaker is het een mix van hoge verwachtingen (“Yes, spelen!”), een gebrek aan sociale handigheid en spanning die oploopt omdat de riem hem tegenhoudt.
Een hond kan er aan de buitenkant heel vrolijk uitzien, maar vanbinnen toch stijf staan van de stress. Hij wil erheen, kan dat niet, en wordt daardoor steeds drukker. Precies daarom werkt hard corrigeren of aan de lijn rukken vaak averechts. Je hond leert dan niet hoe hij rustig blijft, maar koppelt andere honden juist aan gedoe en negativiteit.
Het doel is niet om je hond gevoelloos te maken of elk contact te verbieden. Je wilt bereiken dat hij in de buurt van andere honden weer keuzes kan maken: even snuffelen, gewoon meelopen, naar jou kijken of zelf afstand nemen. Met die vaardigheden worden ontmoetingen een stuk veiliger en relaxter.
Waarom wordt mijn hond zo wild bij het zien van andere honden?
Er spelen vaak meerdere redenen tegelijk. Dit zijn de meest voorkomende verklaringen, zonder dat er meteen iets ‘mis’ is met je hond:
- Frustratie door de lijn: Aangelijnd kan je hond niet in een beleefde boog lopen, niet snuffelen waar hij wil en niet zelf afstand nemen. Dat bouwt spanning op.
- Geleerde verwachting: Mag je hond vaak naar andere honden toe om te spelen? Dan staat hij bij elk ‘hond-zichtmoment’ alvast ‘aan’. Hij heeft geleerd: hond is feest.
- Sociale onhandigheid: Vooral jonge honden, pubers of honden die weinig rustige ontmoetingen hebben gehad, weten simpelweg niet hoe je beleefd begroet.
- Overprikkeling: Sommige honden raken buiten snel vol door geuren, verkeer en geluiden. Een andere hond is dan de druppel die de emmer doet overlopen.
- Onzekerheid of spanning: Soms blaft een hond en schiet hij naar voren om afstand te creëren of controle te houden. Dat kan lijken op enthousiasme, maar voelt vanbinnen heel anders.
Welke oorzaak de boventoon voert, zie je vaak aan de details. Trekt je hond gillend naar elke hond toe? Dan speelt verwachting waarschijnlijk een grote rol. Blaft hij vooral als de andere hond dichtbij komt? Dan kan spanning de boosdoener zijn. Is het na een drukke dag veel erger, dan is overprikkeling vaak de trigger.
Als je deze patronen herkent, wordt de training een stuk eenvoudiger.
Is dit normaal gedrag, of is mijn hond gestrest?
Enige opwinding is heel normaal; een hond mag blij zijn. Het wordt pas een welzijnsprobleem als je hond niet meer kan herstellen, zichzelf niet kan reguleren, of als ontmoetingen regelmatig uit de hand lopen.
Let daarom goed op stress- en spanningssignalen. Die zie je vaak al voordat het echte trekken of blaffen begint:
- Verstarren of juist heel gejaagd bewegen
- De staart heel hoog dragen, of juist laag en strak tegen het lijf
- Niet meer willen eten, terwijl hij normaal wel gemotiveerd is
- Fixeren: staren en zich ‘vastzuigen’ aan de andere hond
- Hijgen zonder dat hij zich inspant, veel piepen of janken
- Uitvallen of happen naar de lijn
Zie je dit vaak? Neem dan meer afstand en bouw de training rustiger op. Twijfel je of er angst, pijn of een fysieke oorzaak meespeelt (bijvoorbeeld omdat het gedrag plotseling verandert of je hond ook thuis onrustig is)? Overleg dan met je dierenarts. Pijn of ongemak kan een kort lontje veroorzaken, zeker bij oudere honden.
Waarom straffen of hard corrigeren meestal niet helpt
Als je hond al ‘vol’ zit, werkt straf vaak als extra druk. Je hond ziet een soortgenoot, voelt spanning en krijgt daar bovenop een schrikreactie of correctie. Het risico is groot dat hij andere honden gaat associëren met iets vervelends. Zo kan enthousiasme omslaan in echte reactiviteit: blaffen, uitvallen of agressie inzetten om afstand af te dwingen.
Ook de riem strak houden of terugtrekken kan de situatie verergeren. Door de spanning op de lijn wordt het lichaam van je hond letterlijk in een voorwaartse, gespannen houding gedwongen. Bovendien ontstaat er vaak onbedoeld een touwtrekspel: hond trekt, baas trekt terug, hond trekt harder. Dat zegt niets over wie ‘de baas’ is; het is simpelweg een reactie op spanning.
Wat wél helpt, is je hond leren wat je van hem verwacht: afstand houden, doorlopen, naar jou kijken, rustig snuffelen of — als het echt past — netjes begroeten.
Mijn hond luistert niet bij andere honden: wat gebeurt er dan in zijn hoofd?
Veel eigenaren herkennen dit: thuis luistert de hond perfect, maar buiten bij andere honden lijkt alles vergeten. Dat is geen onwil. Het is meestal een kwestie van emotie die het verstand overneemt. Een hond die hoog in zijn opwinding of spanning zit, kan simpelweg niet meer bij zijn geleerde commando’s. Vergelijk het met het oplossen van een lastige rekensom terwijl je je net rot bent geschrokken.
Daarom heeft het geen zin om te ’testen’ of je hond luistert. Het is slimmer om de situatie zo in te richten dat luisteren weer mógelijk wordt. Dat doe je met voldoende afstand, voorspelbaarheid en makkelijke oefeningen die je stap voor stap opbouwt.
Begroeten aan de lijn: wel of niet doen?
Veel honden kunnen prima even snuffelen aan de lijn, maar het is ook een bron van onrust. Aangelijnd is de lichaamstaal beperkt: honden willen van nature in een boog naderen, even wegkijken of een pas achteruit kunnen doen. Als de lijn dat onmogelijk maakt, verloopt een begroeting stroef. Zelfs sociale honden kunnen dan gaan grommen of opspringen.
Een handige vuistregel: begroeten aan de lijn doe je alleen als beide honden al rustig zijn, er genoeg ruimte is en beide baasjes het oké vinden. Is één van de honden al druk, aan het staren of aan het trekken? Dan is doorlopen meestal vriendelijker voor iedereen.
Wil je je hond leren dat hij niet naar elke hond toe hoeft? Hanteer dan “hond zien = doorlopen” als standaard en kies begroetingen bewust, in plaats van ze automatisch toe te staan.
Wat kan ik meteen doen tijdens een wandeling?
Je hoeft niet te wachten tot je een perfect trainingsplan hebt uitgedacht. Met een paar simpele gewoontes maak je het vandaag al makkelijker.
Maak afstand vóór je hond ontploft
Afstand nemen is geen zwaktebod, het is een trainingsmiddel. Als jouw hond pas kan nadenken op twintig meter, begin je op twintig meter. Dat is de afstand waarop hij nog kan eten, ademen en jou kan horen.
Loop in een boog in plaats van recht eropaf
Recht op een andere hond aflopen is in hondentaal behoorlijk confronterend. Een boogje lopen is beleefder en haalt de druk van de ketel. Desnoods steek je even schuin over of loop je met een ruime boog om een perkje heen.
Voer rustig door terwijl je passeert
Houd wat kleine, lekkere beloningen bij de hand en geef ze één voor één terwijl je met een boog passeert. Niet om het gedrag ‘af te kopen’, maar om je hond een simpele taak te geven: bij jou blijven. Kauwen helpt bovendien om te ontladen. Blijf zelf rustig ademen en houd de lijn zo los mogelijk.
Leer een vriendelijke omdraai (“U-turn”)
De omdraai is je noodrem voor onverwachte situaties. Het idee: jij geeft een vast signaal, draait samen om, en je hond volgt omdat hij weet dat er iets fijns volgt. Oefen dit eerst thuis en op rustige plekken, zodat het buiten werkt als het echt nodig is.
Hoe herken ik het verschil tussen speelzin en onzekerheid?
Het lijkt soms op elkaar: hard blaffen, trekken, naar voren schieten. Toch is het nuttig om het verschil te zien, omdat je aanpak net even anders kan zijn.
- Meer speelzin/verwachting: Je hond hangt naar voren, zijn bewegingen zijn los en stuiterig. Hij herstelt snel als de ander weg is en wil vaak naar élke hond toe.
- Meer onzekerheid/spanning: Je hond fixeert, zijn spieren staan strak en hij reageert schrikkerig op bewegingen van de ander. Vaak is het erger bij grote honden of honden die hem aankijken.
In beide gevallen zijn afstand en rustig trainen de oplossing. Bij onzekerheid is het extra belangrijk dat je je hond niet in situaties brengt waarin hij zich gedwongen voelt tot contact. Keuzevrijheid en voorspelbaarheid geven vertrouwen.
Welke hondencontacten helpen juist wél?
Je hond hoeft niet met de hele buurt te spelen om sociaal te zijn. Veel honden hebben genoeg aan een paar vaste maatjes en verder vooral rustige passanten.
Zoek bij voorkeur contact met honden die:
- rustig kunnen begroeten en niet direct bovenop je hond duiken
- duidelijke, maar eerlijke grenzen aangeven
- passen qua grootte en energie (een klein hondje bij een lompe stuiterbal is vaak geen succes)
- geen ‘bulldozer-spel’ spelen waarbij één hond continu de jager of de prooi is
Let tijdens spel goed op de balans. Gezond sociaal spel wisselt af: even achtervolgen, even achtervolgd worden, en tussendoor pauze. Zie je dat jouw hond blijft opjagen, niet van ophouden weet, of dat de andere hond weg probeert te komen? Onderbreek het spel dan vriendelijk en neem even rust.
Drukke plekken en uitlaatveldjes: slim vermijden of juist oefenen?
Een druk losloopveld is voor veel honden simpelweg te veel van het goede. Het is onvoorspelbaar, er wordt vaak ruw gespeeld en je hebt geen controle over wie er binnenkomt. Als jouw hond snel overprikkeld raakt, leert hij hier geen sociale vaardigheden. Hij oefent hier vooral het patroon: hond zien = gas erop.
Dat betekent niet dat je hond nooit los mag of nooit mag spelen. Het betekent wél dat je selectief moet zijn: liever één rustige wandeling met een passende speelkameraad, dan tien minuten hectiek met wisselende honden waar je hond nog dagen van moet bijkomen.
Welke basis heb je nodig: materiaal, veiligheid en rust
Goede training staat of valt met de randvoorwaarden. Je hebt geen ingewikkelde spullen nodig, maar wél materiaal dat veilig en comfortabel is.
Kies bij voorkeur een goed passend tuig. Dat verdeelt de druk en spaart de nek. Een lange lijn (bijvoorbeeld 3 tot 5 meter) geeft je hond de ruimte zonder dat hij los hoeft.
Kijk ook kritisch naar de omgeving: begin op plekken met overzicht en genoeg uitwijkruimte. Denk aan rustige paden, brede bermen of open veldjes waar je makkelijk een boog kunt lopen. Training werkt het beste als je de moeilijkheidsgraad zelf kunt doseren.
Stappenplan: je hond rustig leren blijven bij andere honden
Dit stappenplan werkt voor veel honden die te enthousiast of gespannen reageren. Werk rustig en houd de sessies kort. Een paar minuten goed oefenen is effectiever dan te lang doorgaan en eindigen met een fout.
Stap 1: kies één rustige hulphond en een rustige locatie
Vraag een bekende met een stabiele, kalme hond om te helpen. Spreek af op een rustige plek met ruimte. Beide honden blijven aan de lijn. Het doel is niet kennismaken, maar oefenen op kalmte.
Stap 2: bepaal de afstand waarop jouw hond nog kan nadenken
Ga zo staan dat je hond de andere hond ziet, maar nog niet ontploft. Dat punt is voor elke hond anders. Let op zijn lichaamstaal: kan hij nog snuffelen, eten en even naar jou kijken? Mooi, dan zit je goed.
Stap 3: laat de andere hond alleen dichterbij komen zolang jouw hond rustig blijft
Spreek met de ander af dat die langzaam dichterbij komt en weer stopt. Zodra jouw hond spanning opbouwt (verstarren, trekken, piepen, fixeren), laat je de hulphond weer afstand nemen. Dit is cruciaal: jouw hond leert dat rust ruimte geeft en dat drukte er juist voor zorgt dat de ander weggaat (afstand).
Stap 4: beloon rustig gedrag, niet alleen “perfecte gehoorzaamheid”
Belonen kan op allerlei manieren: een voertje, een rustig “goed zo”, samen snuffelen of een paar passen achteruit lopen om de spanning te laten zakken. Let op de kleine signalen: een zacht lichaam, wegkijken, even snuffelen, diep ademhalen. Dat zijn de bouwstenen van zelfbeheersing.
Stap 5: herhaal kort, eindig op tijd
Stop terwijl het nog goed gaat. Liever drie geslaagde herhalingen dan net één keer te veel, waardoor je hond alsnog over de rooie gaat. Bouw dit over dagen en weken langzaam op door de afstand te verkleinen. Vooruitgang zit in kleine dingen: sneller herstellen, minder hard trekken, eerder contact met jou zoeken.
Stap 6: pas als het echt stabiel is, oefen je passeren
Wanneer jouw hond op een redelijke afstand rustig kan blijven, kun je oefenen met elkaar passeren in een brede boog. Eerst parallel op afstand, later iets dichterbij. Ga niet meteen voor neus-aan-neus. Voor veel honden is rustig mogen passeren een groter cadeau dan moeten begroeten.
Veelgemaakte misverstanden die het moeilijker maken
Er bestaan een paar hardnekkige ideeën die je training onbedoeld kunnen tegenwerken. Probeer deze los te laten:
- “Hij moet het gewoon uitrazen”: Als een hond steeds over zijn grens gaat, leert hij vooral dat hij zich niet hoeft in te houden. Rust bouw je juist op door ónder die grens te blijven.
- “Hij wil alleen maar spelen”: Soms wel, maar soms is het pure spanning. De buitenkant kan vrolijk lijken, terwijl het lijf strak staat.
- “Elke hond moet sociaal zijn met elke hond”: Veel honden zijn prima sociaal zonder veel contact. Kalm kunnen passeren is óók sociaal gedrag.
- “Als ik hem laat snuffelen, beloont dat het gedrag”: Snuffelen werkt vaak stressverlagend. Het kan juist helpen om spanning te laten wegvloeien, zolang je het veilig houdt.
Wanneer schakel je extra hulp in?
Met huis-tuin-en-keuken training kom je vaak een heel eind. Toch is professionele begeleiding verstandig als:
- je hond vaak uitvalt met grommen, happen of niet meer te bereiken is
- je bang bent dat je hem fysiek niet kunt houden
- het gedrag snel verergert of plotseling ontstaat
- je vermoedt dat angst of pijn een rol speelt
Een goede gedragstherapeut of trainer kijkt naar het totaalplaatje: prikkels, wandelroutine, rust en jouw timing. Kies iemand die werkt met moderne, hondvriendelijke methodes en stresssignalen serieus neemt. Wil je weten welke principes daarbij horen? Dan is de uitleg van de American Veterinary Society of Animal Behavior over humane training een helder startpunt.
Geldt dit ook voor andere huisdieren?
Het probleem “te enthousiast naar andere honden” zien we vooral bij honden, maar het onderliggende thema — te veel emotie bij sociaal contact — komt bij meer dieren voor.
Katten kunnen bijvoorbeeld bij het zien van een andere kat gaan fixeren, blazen of aanvallen. Konijnen kunnen schrikken en bevriezen of er juist achteraan gaan. Ook daar helpt het om afstand en voorspelbaarheid te creëren, prikkels rustig op te bouwen en het dier de keuze te geven om weg te kunnen.
Het grote verschil is dat je bij andere diersoorten minder ‘trainmomenten’ in de buitenwereld hebt. Je werkt dan vooral met de inrichting van je huis (schuilplekken, looproutes), een rustige opbouw en het voorkomen van gedwongen contact. Merk je dat de spanning tussen dieren in huis oploopt? Schakel dan een professional in die ervaring heeft met die specifieke diersoort.
Hoe ziet vooruitgang eruit (zonder perfectionisme)?
Vooruitgang betekent niet dat je hond nooit meer reageert. Vooruitgang betekent dat hij sneller herstelt, minder heftig explodeert en vaker contact met jou zoekt. Een paar realistische tekenen dat je goed bezig bent:
- je hond kan een andere hond zien en daarna weer rustig snuffelen
- hij neemt een beloning aan op kortere afstand dan voorheen
- je kunt vaker doorlopen zonder dat hij trekt of blaft
- je voelt zelf meer rust, omdat je een plan hebt
Gun jezelf en je hond de tijd. Zeker bij jonge honden (puberteit) is dit vaak een fase die met goede begeleiding sterk verbetert. Maar ook bij honden die dit gedrag al jaren vertonen, kun je met rustig en consequent oefenen nog veel winst boeken.
Tot slot: rust is een vaardigheid die je samen opbouwt
Een hond die te enthousiast is bij andere honden, doet dat meestal niet om jou te pesten. Hij wordt simpelweg overspoeld door verwachting, spanning of prikkels. Door afstand te nemen, ontmoetingen bewuster te kiezen en stap voor stap te trainen, help je je hond om weer zichzelf te zijn in de buurt van soortgenoten.
Wees mild, voor je hond én voor jezelf. Elke rustige passage is een succesje. En gaat het een keer mis? Dat is geen ramp en je bent niet terug bij af. Zie het als informatie: de volgende keer pak je iets meer afstand, draai je iets eerder om of oefen je wat korter. Zo wordt wandelen weer iets waar jullie allebei plezier in hebben.
