๐—›๐—ผ๐—ฒ๐˜ƒ๐—ฒ๐—ฒ๐—น ๐˜‡๐—ฒ๐—ด๐˜ ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—ฟ๐—ฎ๐˜€ ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ต๐—ผ๐—ป๐—ฑ ๐—ป๐—ผ๐˜‚ ๐—ฒ๐—ฐ๐—ต๐˜?

Afgelopen week schreven we een kort artikel over het nieuws dat verscheen over het enorme onderzoek over ras en gedrag. In de media werd gesteld dat het gedrag van een hond niet kon worden voorspeld door zijn ras. Dat klopt, maar dat klopt ook niet en daarom hebben we dit artikel geschreven. De omvangrijke studie die kijkt naar de relatie tussen genetica, fysiologie en gedrag bij honden heeft het niet bij het verkeerde eind. De fout ligt bij de journalisten en hun beperkte kennis van statistiek waardoor ze resultaten verkeerd hebben geรฏnterpreteerd.

De werkelijke conclusie die zij hadden moeten trekken is dat de berekeningen juist heel goed verschillen tussen rassen laten zien. Maar dat groepseigenschappen niet veel zeggen over het individu.

Darwin’s Ark studie

24 auteurs, 112 paginaโ€™s bijlagen, 18385 hondenbaasjes en DNA van 2155 honden, dat zijn nog eens getallen. Het project onder de naam Darwinโ€™s Ark is een voorbeeld van burgerwetenschap en het heeft sinds 2015 enquรชtes en genetische gegevens verzameld.
Deelnemende hondenbezitters vulden een enquรชte van 117 vragen in om de demografie en fysieke kenmerken van hun hond te specificeren. Na het invullen van de vragenlijsten sturen deelnemers een wanguitstrijkje van de hond op dat kan worden gebruikt voor DNA-sequencing.

๐—™๐˜†๐˜€๐—ถ๐—ฒ๐—ธ๐—ฒ ๐—ฒ๐—ถ๐—ด๐—ฒ๐—ป๐˜€๐—ฐ๐—ต๐—ฎ๐—ฝ๐—ฝ๐—ฒ๐—ป ๐˜‡๐—ถ๐—ท๐—ป ๐—ฒ๐—ฟ๐—ณ๐—ฒ๐—น๐—ถ๐—ท๐—ธ๐—ฒ๐—ฟ ๐—ฑ๐—ฎ๐—ป ๐—ด๐—ฒ๐—ฑ๐—ฟ๐—ฎ๐—ด๐˜€๐—ธ๐—ฒ๐—ป๐—บ๐—ฒ๐—ฟ๐—ธ๐—ฒ๐—ป

Door de genetische en onderzoeksgegevens voor 1.967 van deze honden te combineren, ontdekten onderzoekers dat de fysieke eigenschappen zeer erfelijk zijn. Denk daarbij aan de oorstand of aan de hoektanden. Sommige van deze kenmerken zijn het resultaat van variaties van een enkel gen.

In sommige gevallen zijn er ook genetische voorspellers van bepaald gedrag. Of een hond bijvoorbeeld wel of niet de neiging heeft om te huilen, werd toegewezen aan een specifiek gebied van het genoom dat bij mensen betrokken is bij de ontwikkeling van spraak en taal.

Het is echter veel gebruikelijker om te ontdekken dat gedragskenmerken van honden “polygeen” zijn. Dat betekent dat verschillende genen elk een klein effect hebben (samen met de omgeving) om het uiteindelijke gedrag te bepalen. De onderzoekers rapporteren meer dan 25 procent erfelijkheid voor sommige gedragsdimensies.

Ras een onbetrouwbare voorspeller voor gedrag?

Moderne hondenrassen zijn pas ontstaan in de 19e eeuw. Daarvoor hadden mensen opzettelijk honden gefokt voor specifieke functies, zoals jagen, bewaken en hoeden. Zonder aandacht te schenken aan hoe de honden eruit zagen. Met de komst van hondenrassen begonnen mensen de honden te fokken op uiterlijk. Het resultaat was dat er minder nadruk werd gelegd op gedragskenmerken.

De onderzoekers in deze nieuwe studie suggereren dat als gevolg daarvan ras een onbetrouwbare voorspeller werd van de persoonlijkheid en het gedrag van honden. Dus, hoewel Border Collies typisch worden beschreven als slim en trainbaar, zullen sommige mensen af โ€‹โ€‹en toe ontdekken dat hun nieuwe Border Collie-pup het leervermogen van een baksteen lijkt te hebben.

Verkeerde conclusies

Helaas is hun conclusie gebaseerd op een verkeerd begrip van psychologische basisprincipes. Het is mogelijk om een โ€‹โ€‹erfelijke gedragstendens te hebben. Dat is een goede voorspeller als we naar groepen individuen kijken. Dat betekent echter niet noodzakelijkerwijs dat elk individu in die groep de voorspelde kenmerken zal hebben.

Mannen zijn bijvoorbeeld gemiddeld langer dan vrouwen. Daarom zou het logisch zijn als je om de een of andere reden een groter persoon zou willen voor een bepaalde taak. Dat je dan bij gebrek aan verdere informatie een man zou moeten kiezen. Echter, 6 procent van de vrouwen is langer dan het mannelijke gemiddelde en 4 procent van de mannen is korter dan de gemiddelde vrouw. Dus als je het verschil in de verdeling van lengtes naar geslacht als basis voor selectie gebruikt, en je vindt dat je een korte man krijgt, doet dat niet af aan het nut van geslacht als voorspeller van lengte.

๐—›๐—ผ๐—ฒ ๐—ด๐—ผ๐—ฒ๐—ฑ ๐˜ƒ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ๐˜€๐—ฝ๐—ฒ๐—น๐˜ ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—ต๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ป๐—ฟ๐—ฎ๐˜€ ๐—ต๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ป๐—ด๐—ฒ๐—ฑ๐—ฟ๐—ฎ๐—ด?

Deze onderzoekers ontwikkelden een rekenmachine. Daarmee kunnen we op basis van hun gegevens het effect van ras op gedrag berekenen. Laten we eens kijken naar slechts twee van de gedragsdimensies die ze als voorbeelden hebben gemeten. De eerste is “menselijke gezelligheid”, die de onderzoekers definiรซren als hoe comfortabel een hond is in de buurt van mensen, vooral als de mensen onbekend zijn.

Als we sorteren op de hoogste graad van gezelligheid, vinden we dat 62 procent van de golden retrievers in het hoogste kwartiel valt. Dit betekent niet dat je nooit een ongezellige golden retriever zult vinden. Aangezien 18 procent van hen in het laagste kwartiel zal vallen. Je kans om een โ€‹โ€‹zeer sociale hond te krijgen als je voor een Golden retriever kiest, is echter meer dan 3 tegen 1. Enkele andere zeer sociale honden met een kans van meer dan 50 procent om in de topgroep te vallen, zijn de Husky, Mopshond en Labrador.

Een andere dimensie met een hoge voorspelbaarheid van het ras is trainbaarheid. Het heeft te maken met hoe gemakkelijk een hond kan worden getraind en hoe goed hij reageert op menselijke aanwijzingen. Het hondenras dat hier het hoogst op scoort is de Border Collie. Waarbij 72 procent van deze honden voor alle gemeten honden in het bovenste kwartiel valt. Nogmaals, het ras is geen perfecte voorspeller, aangezien 16 procent van dit hondenras zich in het laagste kwartiel zal bevinden. Je kansen zijn echter beter dan 4 tegen 1 dat je een intelligente en trainbare hond krijgt als je een border collie krijgt. Andere hondenrassen met een kans van meer dan 50 procent om in de topgroep voor trainbaarheid te vallen, zijn de golden retriever, Duitse herder, Cattledog en Australian Shepherd.

Er zijn verschillende gedragsdimensies waarin het voorspellende vermogen van het ras aanzienlijk zwakker bleek te zijn. Bijvoorbeeld hoe gemakkelijk de hond wordt geprovoceerd door angstaanjagende, ongemakkelijke of vervelende gebeurtenissen.

De artikelen die op basis van dit onderzoek zijn verschenen hebben het niet bij het goede eind. Het ras zegt wel degelijk wat over het gedrag van groepen honden van dat ras. Dat biedt echter geen garanties over het gedrag van het individu.

๐—ก๐—ผ๐—ผ๐˜: ๐——๐—ถ๐˜ ๐—ฎ๐—ฟ๐˜๐—ถ๐—ธ๐—ฒ๐—น ๐—ถ๐˜€ ๐˜๐—ผ๐˜ ๐˜€๐˜๐—ฎ๐—ป๐—ฑ ๐—ด๐—ฒ๐—ธ๐—ผ๐—บ๐—ฒ๐—ป ๐—ป๐—ฎ๐—ฎ๐—ฟ ๐—ฎ๐—ฎ๐—ป๐—น๐—ฒ๐—ถ๐—ฑ๐—ถ๐—ป๐—ด ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ธ๐—ฟ๐—ถ๐˜๐—ถ๐—ฒ๐—ธ ๐—ฑ๐—ถ๐—ฒ ๐—ฆ๐˜๐—ฎ๐—ป๐—น๐—ฒ๐˜† ๐—–๐—ผ๐—ฟ๐—ฒ๐—ป ๐—น๐—ฒ๐˜ƒ๐—ฒ๐—ฟ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ผ๐—ฝ ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ถ๐—ป๐˜๐—ฒ๐—ฟ๐—ฝ๐—ฟ๐—ฒ๐˜๐—ฎ๐˜๐—ถ๐—ฒ๐˜€ ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ฟ๐˜‡๐—ผ๐—ฒ๐—ธ.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.