๐—•๐—ฒ๐˜„๐—ฒ๐—ด๐—ถ๐—ป๐—ด ๐—ถ๐˜€ ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ฏ๐—ฒ๐—น๐—ฎ๐—ป๐—ด๐—ฟ๐—ถ๐—ท๐—ธ๐˜€๐˜๐—ฒ ๐˜ƒ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ๐˜€๐—ฝ๐—ฒ๐—น๐—น๐—ฒ๐—ฟ ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ๐—บ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ถ๐—ฒ ๐—ฏ๐—ถ๐—ท ๐—ต๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ป

Cognitieve dysfunctie bij honden (CCD) is een neurodegeneratieve ziekte die vooral bij oudere honden voorkomt. Eigenlijk is het gewoon dementie. Maar om een of andere reden noemen we het vaak bij honden niet zo. Ik gebruik in dit artikel de termen door elkaar heen.

In een gigantisch onderzoek op basis van het โ€œDog Aging Projectโ€. Daarvan zijn onlangs de resultaten gepubliceerd in Nature kwamen een aantal interessante zaken naar voren. Het doel van het onderzoek was om associaties tussen verschillende hondenkenmerken (zoals leeftijd, ras, sterlisatie, beweging etc) en CCD te leggen. Het onderzoek zelf is hogeschool statistiek, wat waarschijnlijk door slechts een heel klein publiek volledig wordt begrepen. Zo werd er gebruik gemaakt van univariabele en multivariabele logistische regressiemodellen en receiver operating curve (ROC) analyse. Je bent gegarandeerd een hit op feesten en partijen wanneer je begint over logistische regressiemodellen. Gelukkig hoef je het hele onderzoek niet te lezen. Want wij hebben ons best gedaan om de belangrijkste vondsten van het onderzoek eruit te filteren en hier te delen.

๐—˜๐—ฒ๐—ป ๐˜€๐—ฎ๐—บ๐—ฒ๐—ป๐˜ƒ๐—ฎ๐˜๐˜๐—ถ๐—ป๐—ด ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—ผ๐—ป๐—ฑ๐—ฒ๐—ฟ๐˜‡๐—ผ๐—ฒ๐—ธ

Allereerst, voor honden ouder dan tien jaar verhoogt elk extra levensjaar het relatieve risico op het ontwikkelen van de neurodegeneratieve aandoening Cognitieve Canine Dysfunctie (CCD) met meer dan 50%. Het risico op het ontwikkelen van CCD is bijna 6,5 โ€‹โ€‹keer groter bij inactieve honden dan bij erg actieve honden.

Net als bij mensen neemt de cognitieve functie af naarmate honden ouder worden. Dan vertonen ze vergelijkbare gedragingen zoals geheugenstoornissen, verlies van ruimtelijk bewustzijn, veranderde sociale interacties en slechte slaap. Schattingen voor CCD bij honden variรซren van 28% bij 11- tot 12-jarige honden tot 68% bij 15- tot 16-jarige honden.

Aan het nieuwe onderzoek werden 15.019 honden in de steekproef opgenomen. Tussen december 2019 en 2020 hebben eigenaren twee enquรชtes ingevuld. De Health and Life Experience Survey (met informatie over de gezondheidsstatus en fysieke activiteit). En de Canine Social and Learned Behavior-enquรชte, met vragen om te testen op CCD. Daarin kwam naar voren of een hond bijvoorbeeld faalde iemand te herkennen.

De levensduur van honden werd ingedeeld in kwartielen, waarbij 19,5% zich in het laatste kwartiel van hun leven bevond, 24,4% in het derde kwartiel en 27% en 29,1% in het tweede en eerste kwartiel. 1,4% van de honden werd geclassificeerd met CCD. De auteurs melden dat wanneer alleen de leeftijd bij honden ouder dan tien jaar in aanmerking wordt genomen, de kans om gediagnosticeerd te worden met CCD met 68% toenam voor elk extra jaar. Bij correctie voor andere factoren, zoals gezondheidsproblemen, sterilisatie, activiteitsniveaus en rastype, nam de kans dat een hond CCD ontwikkelt met 52% toe voor elk extra levensjaar.

Inactiviteit geeft een veel grotere kans op CCD

De auteurs merken ook op dat voor honden van hetzelfde ras, dezelfde leeftijd en dezelfde gezondheids- en sterilisatiestatus, de kans op CCD 6,47 (!!!) keer hoger was bij honden waarvan de eigenaren meldden dat ze niet actief waren. Dit in vergelijking met honden waarvan de eigenaren meldden dat ze erg actief waren. De auteurs waarschuwen echter dat hun onderzoek geen oorzakelijk verband aantoont tussen inactiviteit en CCD vanwege de transversale aard ervan. Want cognitieve achteruitgang kan immers ook leiden tot verminderde activiteit in plaats van andersom. Echter, wanneer ik zie dat gesteriliseerde honden ook een verhoogde kans hebben op dementie. En dat sterilisatie in eerste instantie leidt tot verminderde activiteit. Dan denk ik dat het veilig is om te stellen dat een groot deel van die 6.47 keer causaal van aard is. Kortom, verminderde activiteit leidt tot CCD.

Opvallend in het onderzoek

Tot slot was er nog een ander opvallende vinding. Aandoeningen aan het gehoor en zicht hadden een sterke invloed op het ontwikkelen van CCD bij honden.

We weten allemaal dat lichamelijke activiteit belangrijk is om geestelijk gezond te blijven. Dat dit verband echter zo sterk is hadden waarschijnlijk niet veel mensen gedacht. Blijf daarom altijd dingen met je hond ondernemen ook al gaat het fysiek allemaal niet zo gemakkelijk meer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.